Tom Tom – vergelijkbaar met vleesproductie?

routeplanner2Tom Tom

Heb je er wel eens over nagedacht hoe een routeplanner werkt. Eigenlijk heel simpel. Je geeft de eindbestemming in en dan berekent het ding vervolgens een aantal opties hoe je op die eindbestemming kunt komen. Zonder een duidelijke eindbestemming doet het niets. Het kan alleen een route produceren op basis van die eindbestemming.

Productie – het toevoegen van waarde, gebruikswaarde en of emotionele waarde, door het veranderen of bewust niet veranderen van de fysieke toestand van producten om daarmee voor de mens de gewenste eigenschappen te verkrijgen of te behouden. …(wikipedia)

Het productieproces waar je als varkenshouder deel van uit maakt doorloopt divers stadia bij hoog gespecialiseerde bedrijven. Het uiteindelijke product, met de gewenste eigenschappen, wordt bepaald door de laatste schakel in de keten. Die bepaald de “eindbestemming” en meet vervolgens of het geleverde product daaraan voldoet. Alle schakels daarvoor zijn ondergeschikt daar aan. Simpel eigenlijk, net als de Tom Tom.

Je zou het als volgt op kunnen delen, de route is dan als volgt:

  1. Varkenshouder (start)
  2. Verwerker (tussenstop)
  3. Retail (eindbestemming)

Maar het geeft ook direct een groot probleem weer.  Want wat produceer je eigenlijk. Ik hoor je denken – “varkens natuurlijk, lijkt me duidelijk”.

Ik denk het niet, je produceert kilo’s vlees. De koper van je product, de volgende schakel in de keten, koopt kilo’s vlees met een bepaalde kwaliteit. Hij koopt echt geen varkens. Kijk maar naar de uitbetaling, alle overzichten bestaan uit kilo’s vlees met een kwaliteitsbeoordeling. De combinatie van de twee is de prijs per kilo. Er zijn nog meer criteria maar die laat ik nu gemakshalve even weg. Conclusie, je levert geen varkens maar kilo’s varkensvlees. Dan moet je productie daar ook op gebaseerd zijn. Nu hoor ik je weer denken – “wat denk je dat we doen…?”

Nou, dat dit vaak niet het geval is. Er wordt vaak nog in “varkens” in plaats van “kilo’s vlees” gedacht. Dat begint al bij de dekking. Er wordt gestreefd naar zoveel mogelijk biggen (hallo Denen) per zeug want iedere levend afgeleverde big is euro’s. Als daar een aantal mindere bij zitten hou ik ze wat langer vast totdat ze het gewenste gewicht hebben om af te leveren. Dat is aantallen dieren maken, dat is “varken” denken.

Toevoegen van waarde (=productie) is echter totaal iets anders. Dan zorg je voor een product dat exact voldoet aan de eisen van de volgende in de keten. Het halffabricaat (de big) moet de volgende bewerker (de vleesvarkenhouder) in staat stellen zo goed en efficiënt mogelijk zijn bewerking uit te voeren. In dit geval het laten toenemen van de kilo’s varkensvlees. En wel zo dat die kilo’s vlees exact voldoen aan de strikte eisen van de volgende bewerker in de keten, het slachthuis (verwerker). Deze bewerker voegt vervolgens weer waarde toe door van de kilo’s vlees allerlei producten te maken zoals ham, rookworst, karbonades enzovoort.

Alles staat dus in het teken van de productie van kwalitatief hoogwaardig, lekker en gezond varkensvlees.

Terug naar de varkensstal. Uit elk onderzoek blijkt dat als je het aantal biggen per worp opvoert het individuele geboortegewicht daalt en de uitval toeneemt. Gevolg – hogere faalkosten en lagere groei per dag. Precies dat wat je niet wilt als je in termen van waarde toevoegen denkt.

Door (minder maar) betere biggen te produceren voldoe je steeds beter aan de eisen van de volgende in de productieketen. Daarnaast creëer je de noodzakelijke extra ruimte in je stal en je uiafval_1tval (sterfte) daalt. Je voldoet daarmee bijna vanzelf aan de welzijnseisen voor sterrenvlees. Twee heel belangrijke zaken die het ook nog eens goed doen bij de buitenwacht, de consument die uiteindelijk je product betaalt.

In een volgende blog ga ik daar verder op in want bij een helder productiedoel hoort ook voor welke markt je produceert. Want het productiedoel bepaalt het productieproces.

Het lijkt wel een Tom Tom.